Tussen sturen en loslaten ligt wat beter kan.
Gabriëla is een van de personages van het muziektheaterstuk Wat kan beter? dat in maart 2026 te zien was.
Gabriëla is geen gewone dorpsbewoner van Pommelenburg. Zij staat aan de oorsprong ervan. Zij is een creatie van de Galactische Onstoffelijke Dienst, ontworpen als menselijk anker binnen een groter experiment: onderzoeken hoe het leven op aarde beter kan worden ingericht. Haar bestaan is vanaf het begin verbonden aan een opdracht. Ze krijgt drie kernwaarden mee — goedheid, oprechtheid en dialoog — en juist vanuit die waarden moet zij een gemeenschap vormgeven.
Vanuit die opdracht bouwt Gabriëla Pommelenburg op. Ze koopt het landgoed, brengt mensen samen die hulp nodig hebben of over specifieke kwaliteiten beschikken, en richt een gemeenschap in die veilig, zelfstandig en betekenisvol zou moeten zijn. Ze biedt onderdak, structuur, vertrouwen en een nieuwe kans. In eerste instantie is zij de verbindende kracht: degene die mensen samenbrengt en gelooft dat een humane samenleving mogelijk is. Zonder dat zij het volledig overziet, wordt zij het hart van Pommelenburg.
Maar Gabriëla is niet alleen een inspirator. Zij is ook de architect van het systeem. Zij bepaalt wie er binnenkomt, welke rol iemand krijgt en hoe het geheel functioneert. Daarmee creëert zij samenhang, maar ook afhankelijkheid. Ze is zichtbaar aanwezig als drijvende kracht, maar houdt tegelijkertijd overzicht en besluitvorming grotendeels bij zichzelf. Haar invloed is groot, maar niet altijd transparant. Wat begint als zorg en idealisme, krijgt daardoor ook de trekken van sturing en controle.
Tegelijk wordt Gabriëla voortdurend geconfronteerd met situaties die zij niet had voorzien. Relaties verschuiven, spanningen lopen op en bewoners maken keuzes die niet passen binnen haar ideaalbeeld. Steeds opnieuw komt zij op een kruispunt te staan: ingrijpen of loslaten, vertrouwen of corrigeren. In plaats van die momenten open te laten, kiest zij er vaak voor om bij te sturen. Daarmee probeert zij het goede te bewaren, maar beperkt zij juist de ruimte waarin het kan ontstaan.
Juist haar kracht wordt haar kwetsbaarheid. Omdat goedheid, oprechtheid en dialoog zo diep in haar verankerd zijn, kan zij nauwelijks omgaan met de realiteit die ontstaat. Binnen de gemeenschap groeien roddel, afgunst, verborgen relaties en machtsverhoudingen. Vertrouwen brokkelt af. Wat bedoeld was als veilige plek, ontwikkelt zich tot een systeem waarin mensen elkaar nodig hebben, maar elkaar ook beperken. Voor Gabriëla is dat niet alleen een mislukking van het project, maar een existentiële breuk.
Die breuk wordt persoonlijk wanneer het gedrag van Ben haar direct raakt. Zijn ontrouw en zijn relatie met Isabella confronteren haar met een werkelijkheid die niet te verenigen is met haar overtuigingen. Wat voor anderen onderdeel is van het leven, wordt voor haar ondraaglijk. Op dat moment valt niet alleen het systeem uiteen, maar ook haar houvast. Uiteindelijk kiest zij ervoor haar leven te beëindigen.
Daarmee verdwijnt zij niet uit het verhaal. Na haar dood belandt Gabriëla in een tussenruimte: niet levend, niet dood. Ze krijgt van de Galactische Onstoffelijke Dienst een tweede kans. Niet als leider, maar als onzichtbare waarnemer. Ze mag kijken, begrijpen en, als het nodig is, subtiel ingrijpen. Vanuit die positie keert ze terug naar Pommelenburg wanneer het experiment opnieuw wordt gestart.
In deze tweede fase verandert haar rol ingrijpend. Ze staat niet langer midden in de gemeenschap, maar beweegt erdoorheen als een onzichtbare kracht. Ze observeert hoe het dorp zich ontwikkelt zonder haar directe leiding en ziet hoe het systeem verder verhardt: veiligheid boven waarheid, orde boven menselijkheid. Tegelijk blijft ze reageren op wat er gebeurt. Ze beïnvloedt gedachten, zet mensen stil, dwingt confrontaties af. Haar ingrepen zijn soms helpend, soms ontregelend, soms zelfs destructief. Daarmee wordt zichtbaar dat ook zij zelf niet losstaat van het systeem dat zij probeert te begrijpen.
Gabriëla wordt zo een gelaagde en tegenstrijdige figuur. Ze wil beschermen, maar grijpt in. Ze wil herstellen, maar manipuleert. Ze zoekt naar menselijkheid, maar gebruikt middelen die juist afstand creëren. In haar handelen wordt zichtbaar hoe moeilijk het is om op kruispunten niet te sturen, maar te laten ontstaan.
Aan het einde van het stuk verschuift haar positie opnieuw. De bewoners komen, buiten het systeem, tot inzicht in hun eigen handelen. Ze formuleren wat er anders kan: meer openheid, meer verantwoordelijkheid, meer echtheid. Gabriëla herkent in die inzichten de kernwaarden waarmee zij ooit begon. Niet als oplossing, maar als richting. Haar rol verandert daarmee van schepper naar onderzoeker. Ze wordt opgenomen in de Galactische Onstoffelijke Dienst om verder te onderzoeken wat het betekent om het leven “beter” te maken.
Gabriëla belichaamt daarmee de centrale vraag van Wat kan beter?. Ze is tegelijk schepper en deelnemer, idealist en manipulator, leider en waarnemer. Haar reis laat zien hoe een goedbedoeld systeem kan omslaan wanneer menselijkheid onder druk komt te staan — en hoe de vraag naar verbetering geen eindpunt heeft, maar een voortdurend onderzoek blijft.
